Denken en dromen

Voor Vrij Nederland ondervroeg Anna Woltz tien mensen over hun brein. Ze wilde niet weten wat deze mensen dachten, maar hoe ze dachten. Dagdroomden ze wel eens? Waren hun hersenen bij het ouder worden veranderd? Hoe namen ze beslissingen? En waren ze eigenlijk tevreden over hun brein?
De serie van tien interviews moest duidelijk maken of een theoretisch natuurkundige anders denkt dan een lingerie-ontwerpster, en of een acteur en een christelijk politicus over dezelfde dingen dromen.
Sijbolt Noorda, Marlies Dekkers, Mohammed Azaay, Bibi Dumon Tak, André Rouvoet, Marinka Copier, Axel Rüger, Ilse DeLange, Sander Bais en Jaap van Heerden gaven allemaal een kijkje in hun brein.

Hieronder het slotinterview met filosoof en psycholoog Jaap van Heerden (1940), hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Maastricht.
(Vrij Nederland, 2 december 2006)

Wat voor soort denken doet u voor uw plezier?
'Het leukste vind ik het om een logisch perfect betoog te lezen. Daar raak ik een beetje opgewonden van. In een roes. Voordat ik de pagina omsla, denk ik: o, nu komt er nog een argument - en het klopt helemaal. Maar ik vind ook gewoon aan een probleem werken wel een prettige bezigheid. Gek genoeg vind ik het ook leuk om te proberen om iemand te weerleggen - dat zal wel een klein sadistisch genoegen zijn. Daar heb ik ook wel plezier in. Maar waar ik een hekel aan heb, is esoterisch of obscurantistisch denken à la Carl Gustav Jung. Dat grijpt mij naar de keel, zo erg vind ik het - in godsnaam, laat dit aan mij voorbijgaan!'
En schaken, sudoku's?
'Dat vind ik inhoudsloos. Zo met z'n tweeën en dat spelletjesachtige... Ik ben helemaal geen spelletjesmens. Wel ben ik een tijdje verslaafd geweest aan het cryptogram. Ik begon ze te doorzien, hoe je moest denken. Ik probeerde ze op te lossen voordat de eierwekker afliep. Ook vond ik het wel leuk om daarover te bellen met mijn vader, die dan aan dezelfde puzzel zat. Hoever hij al was.'
Dat lijkt bijna op een wedstrijd...
'Het was coöperatie. Maar ik ben er toch mee opgehouden, want er is altijd een opgave die je niet oplost. En dan vind ik het toch zonde van mijn tijd, want ik weet hoe het werkt. Die gedachte blijft je dan de godganse dag achtervolgen. Op zichzelf vind ik het heel prettig om achtervolgd te worden door een gedachte, maar daarvoor is die gedachte niet goed genoeg. Ik denk liever na over een probleem waarvan meerdere mensen denken dat het goed zou zijn als het zou worden opgelost. Terwijl je bij zo'n cryptogram alleen maar denkt: het zou goed zijn als ík dat oplos. En het beklijft niet. Je hoort mensen nooit over een oud cryptogram praten; twee maanden geleden heb ik toch een opgave gelezen... En de vondst die ik toen deed...'
Dagdroomt u wel eens?
'Misschien dat ik wel dagdroom... Maar dan zal ik toch vlug zeggen dat ik aan het nadenken was. Ik verlies me niet in mateloze fantasieën. Dagdromen zoals ik het begrijp, vind ik te ongericht. Maar ik weet dat het ook moet bestaan. Misschien dagdroom ik wel nadat iets is mislukt. Er is een beroemd voorbeeld van professor Beth, een logicus, die geprobeerd heeft zijn eigen denken vast te leggen. Hij meent dat je een hele tijd heel gericht bezig bent met het zoeken naar een antwoord voor een probleem - zeker niet aan het dagdromen. Uiteindelijk mislukt het, en dan is zijn advies: ga gewoon iets anders doen. Schenk jezelf een glaasje rode wijn in, ga bij de haard zitten. Voorwaarde voor goed nadenken, is dat je het hebt opgegeven. Er moet een moment van pijnlijke resignatie zijn, waarbij je tegen jezelf zegt: helaas, hier ben ik te dom voor. Andere hebben die geniale invallen, ik niet. En dan dient de oplossing zich na verloop van tijd aan. Het blijkt dat het brein gewoon doorgaat met denken, en het brengt jou de oplossing op een presenteerblaadje.'
Als leek zou ik inderdaad kunnen zeggen 'mijn hersenen denken dan zelf door'. Maar is dat een uitspraak die enig hout snijdt?
'Veel mensen maken inderdaad bezwaar tegen zo'n uitspraak en zeggen dat het een rare personificatie van het brein is. Alleen de persoon kan denken. Maar er zijn toch wel ervaringen waarbij je moet aannemen dat je het denken niet helemaal als persoon gedaan hebt. Soms kun je niet op een naam komen, en wat je dan moet doen is gewoon een opdracht geven aan je geheugen: zoek het op! Klootzak! Dan kun je rustig gaan werken en vroeg of laat komt het geheugen keurig - gehoorzaam als het is aan je instructie - met die naam. Misschien is dat allemaal beeldspraak. Voor het echte bewijs zou je tegen je geheugen moeten zeggen: zoek het maar niet op, het heeft toch geen zin. En dan komt je geheugen misschien toch ook met die naam. Dan zou de relatie van jou als instructeur van je geheugen niet bestaan. Veel mensen vinden het een verschrikkelijke gedachte dat je bewustzijn innerlijk gespleten zou kunnen zijn. Maar ik denk dat dat toch wel eens een heel goede gedachte zou kunnen zijn. Dat er gewoon taken verdeeld kunnen worden. En dat die taken vrij autonoom uitgevoerd worden door bepaalde gebieden. Ik zou daar niet zo voor terugschrikken. Het is een soort divided consciousness. Eén deel van jou let erop of de keukenklok nog tikt. Als persoon denk je daar niet over na. Maar die instantie die op de keukenklok let, meldt zich op het moment dat de klok niet meer tikt. En dan merk je dat je dat hebt gehoord. Iemand in jou heeft dat gemerkt.'
Bent u anders gaan denken over uw denken door wat u over het brein geleerd heeft?
'Over je eigen denken nadenken, dat is een dubieuze aangelegenheid. Het is eigenlijk niet goed voorstelbaar dat je aan het nadenken bent en jezelf ineens de vraag stelt 'wat ben ik eigenlijk aan het doen?' en dat je dan jezelf moet antwoorden: verrek, ik had het niet in de gaten, maar ik was aan het nádenken! Dat is het dus! In een gesprek kun je dat wel hebben, dat je denkt 'wat doe ik eigenlijk?' en dat dan het besef tot je doordringt dat je aan het treiteren bent. Maar met nadenken werkt dat niet zo. Ik geloof niet dat mensen echt weten hoe hun brein werkt. Zodra je het denkproces begeleidt, introduceer je al een extra variabele, namelijk je aandacht voor hoe je aan het denken bent. En die aandacht beïnvloedt het bijna onopgemerkte proces van hoe je het daarvoor deed. Ik heb wel eens meegedaan aan een experiment, en ik voelde meteen: dat is niet juist. Maar ik ben een zeer bereidwillig proefpersoon... Er werd mij gevraagd hardop te denken hoe ik een sommetje oploste. Maar alleen al die verplichting maakte het tot een volstrekt onnatuurlijk proces. Maar zij blij: nu weten we hoe mensen denken!'
Ik heb in deze serie gevraagd aan mensen hoe ze beslissingen nemen...
'O, maar ik ben er helemaal niet van overtuigd dat zij daar een grote rol in spelen.'
...en dan denken ze toch dat ze daar iets over kunnen zeggen.
'Maar dat is een artefact van jouw vraag. Doordat jij die vraag zo stelt, denken ze dat die beantwoord kan worden. Heel veel beslissingen nemen we onbewust - en dat zal ook wel moeten, want de urgentie van de beslissing is groot. Je kunt het wel reconstrueren: bij het oversteken moet ik de snelheid van de naderende auto berekend hebben, ik moet gecontroleerd hebben of het wegdek wel echt uit asfalt bestaat en niet uit een plas water... Als je daar bewust over moet nadenken, komt de beslissing niet op tijd. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel van die beslissingen ook geen bewuste begeleiding vrágen, want dat zou doodzonde zijn van je tijd. Die beslissingen kunnen ook snel gemaakt worden. Het apparaat heeft dat uitgedacht, en kan het beter zelf doen. Daar hebben we Jaap van Heerden niet bij nodig. Want het gaat om de bescherming van Jaap van Heerden, en dat kun je ook beter aan ons overlaten. Het makkelijkste is het dus, om het apparaat gewoon zijn gang te laten gaan. Zoals ze je begeleiden bij het oversteken van de weg, zo brengen ze je ook wel naar het einde. Ze regelen nog de begrafenis voor je.'
Maar bijvoorbeeld bij het kopen van een huis...
'Je kunt jezelf natuurlijk dwingen tot het maken van lijstjes met voor- en nadelen, maar dan blijft altijd de mogelijkheid open dat de beslissing eigenlijk al gevallen is en dat het een reconstructie achteraf is. Mensen lezen de meeste auto-advertenties nadat ze er al een hebben gekocht. Dán hebben ze behoefte aan degelijke argumenten.'
Besteedt u veel tijd aan alledaagse gedachten?
'Nee, misschien niet... Ik kan me wel even voorstellen dat het leuk zou zijn als Nederland morgen van België wint, maar dan denk ik toch al heel snel: wat kan het me eigenlijk schelen? Waarom heb ik eigenlijk andermans prestatie nodig om mezelf beter te voelen? Want daar komt het toch op neer. Elf van die merkwaardig in kleuren uitgedoste miljonairs die mijn prestige vertegenwoordigen... Eigenlijk heb ik dat niet nodig. Aan de slag.'
Bent u een open boek voor uw omgeving? Weten mensen wat u denkt?
'Ze kunnen daar natuurlijk wel eens een gelukkige slag naar doen. Maar ik weet zelf vaak niet eens hoe ik denk. Ja, soms zeggen mensen wel eens: jij denkt eigenlijk zo en zo. Nou, dat moet ik dan krachtig bestrijden. Dat vind ik insinuerend. Ik ben in zoverre een open boek dat ik geen geheime bedoelingen heb. Mijn gedrag is vrij voorspelbaar. Ik denk dat mijn vrouw met vrij grote zekerheid kan voorspellen - ook al heb ik door ervaring geleerd dat dat niet meer moet gebeuren - dat als iemand mij wil oplichten, hem dat zonder probleem zal lukken. Zij kan het al zien vanuit de gang. Als er gebeld wordt en er staat een man die zegt: ik ben mijn huissleutels kwijt en mijn moeder in Amstelveen heeft de reservesleutel, heeft u voor mij vijfentwintig euro? Dan doe ik dat. Misschien is het niet zo dat ik makkelijk te bestelen ben, maar dat ik dat een glansrol voor mezelf vind. Of het is een soort luiheid van me, dat ik niet echt wil onderzoeken wat voor persoon het is. Een gebrek aan mensenliefde.'
Geld geven, een gebrek aan mensenliefde?
'Dat je niet goed op iemand let. Ik let meer op de vraag dan op de persoon. Ik negeer informatie die aan zijn hele persoon en uitstraling aanwezig is. Slordig. Onnadenkend. Niet echt invoelend.'
Zegt u dan tegen uzelf: de volgende keer moet ik hier niet meer intrappen?
'Nee, ik vergoelijk het. Ach, wat maakt het uit. Waarom zou ik als een rechercheur in het leven moeten staan? Ik wil duidelijk niet met dat probleem geconfronteerd worden. Een schitterende oplossing. Op mijn werk is het ook zo. Ik ben niet helemaal opgewassen tegen de lulverhalen van studenten. Hun excuses. Die neem ik te geïsoleerd. Je kunt gerust tegen me zeggen: ik heb dit tentamen niet kunnen doen, want mijn vader bleek homoseksueel. Dat is zo'n krankzinnige verontschuldiging, dat ik daarmee verder wandel en zeg: u bent geëxcuseerd.'
Hun verhalen moeten dus wel enigszins inspirerend zijn?
'Ja... Maar 'de brug was open' vind ik op zichzelf ook een ongelooflijk interessant argument. Want dat is al heel oud. Hoe kan dat probleem nog steeds spelen?'
Zijn uw hersens bij het ouder worden veranderd?
'Er bestaat toch wel zoiets als rijpere gedachten. De betrekkelijkheid van dingen zien. En ik kan me ook wel meer amuseren met gedachten. Vroeger polemiseerde ik de hele tijd met mijn broer. Dat altijd willen tegenspreken, dat is een slecht idee. En voor andere mensen is het niet om aan te horen. Dat tegenspreken werd bijna een automatisme. Dat ebt bij mij een beetje weg.'
U bent milder geworden?
'Ik ben meer te pruimen. Mensen vinden mij hopelijk wat minder vervelend. Ik ben dus niet meer zo polemisch betrokken. Maar ja, je moet je ook niet voorstellen dat het erger en erger wordt. Dat lijkt me het enige echte schrikbeeld: dat je hersenen niet meer werken. Dat het ontspoort. Of dat het ophoudt. Het blijkt toch een goede metgezel. Ik vind het gezelschap van mijn hersenen heerlijk. Een goede vriend. Hij faalt wel voortdurend, maar er is ook niet meer zo'n urgentie dat het allemaal succesvol zou moeten zijn.'
Stel dat u opeens veel dommer zou zijn. Hoeveel blijft er dan nog van u over?
'Ik ben niet zo sociaal - maar misschien zou ik dat dan worden. Ik vind een heleboel dingen leuk die toch wel verstand veronderstellen. Zoals een beetje kibbelen, een beetje weerleggen. Ik kan mezelf niet zo goed voorstellen als helemaal niet meer geëngageerd in een intellectueel probleem. Ik zou dan toch denken dat ik met minder genoegen moet nemen, en dat is toch wel een beetje een hoogmoedig standpunt. Je weet dat veel televisieshows zijn afgestemd op de intelligentie van een twaalfjarige. Als ik dat bereik, zou ik de hele avond genieten. Maar het is niet goed voorstelbaar. Ja, dan zou ik aan de hand lopen van Henny Huisman. En die zou mij allemaal leuke dingen laten zien.'