Anna kan zich een wereld zonder dieren niet voorstellen. Daarom komen er in haar boeken altijd wel een paar voor. Soms zijn dat knuffeldieren, zoals Eend in Alles kookt over en knuffelschaap Satijntje in Het geheim van ons vuur. Maar soms zijn het ook echte dieren, zoals witte herdershond Kaj in Red mijn hond! Schrijven over echte dieren is leuk, maar ook lastig. Juist als de hoofdpersonen een belangrijk gesprek voeren, moet de hond weer worden uitgelaten. En als je schrijft over kinderen die met vakantie zijn, dan hebben ze niet zo vaak hun goudvis bij zich.
Toch is Anna van plan om nog vaak over dieren te schrijven. Hieronder vind je een paar belangrijke karakters waarover je zeker nog wel eens zult lezen in een verhaal. Het eerste dier kwam bij de familie wonen toen Anna twaalf was, en dat was:
Mads was een zwart hangbuikzwijn dat steeds groter werd. Midden in Den Haag. Hij woonde in een hok naast de keuken en mocht vaak door de tuin scharrelen. Ook had hij een tuigje van geel leer zodat hij mee uit wandelen kon gaan. Haagse dames waren nogal verbaasd wanneer ze een hangbuikzwijn op straat tegenkwamen, maar dat kon Mads niks schelen.
Zijn hobbies waren: in de zon liggen, onder zijn oksels geaaid worden en eten. En geborsteld worden; dat gebeurde met een grote bezem zonder steel. Mads vond dat zo heerlijk dat hij altijd zacht knorrend wegdroomde wanneer hij geborsteld werd.
Mads leeft nu niet meer. Maar gelukkig zijn er bij Anna's ouders in de Betuwe heel veel nieuwe dieren:
Zeven kippen met allemaal een verschillende kleur. Ze leggen eieren, nemen stofbaden in de tuin en wandelen rond. Noa is de kleinste en de brutaalste, die springt op je schoot en rukt zo een boterham uit je handen. Kaisa is door Emma uitgebroed - maar ze is niet Emma's biologische dochter. Ze komt uit een ei dat ergens op een boerderij is gelegd waar ze ook hanen hebben.
Deze kippen komen trouwens al in een boek voor: in Post uit de oorlog, als de kippen van Danja.
En dan is er nog een dier in de Betuwe - het allerbelangrijkste dier van allemaal. Als je niet van honden houdt, kun je beter niet doorlezen, want dit is een lofzang op een hond.
Jefta, dat is een witte herdershond. Meteen als puppy werd hij al door iedereen aanbeden. Oude vrouwtjes in het park vonden hem een sneeuwvlokje en ze voorspelden dat hij later de koning van het bos zou worden. Die voorspelling kwam uit. Alleen is hij nu niet de koning van het bos, maar van de uiterwaarden - de weilanden buiten de dijk, die 's winters wel eens onder water staan.
Als het 's winters vriest, kijken Jefta's bazen bezorgd naar het ijs op de meertjes in de uiterwaarden. Want stel nou dat Jefta denkt dat hij op het ijs kan lopen, en stel nou dat hij dan midden op het meer door het ijs zakt. Zullen ze hem dan redden? Ze aarzelen, omdat het gevaarlijk is. Misschien verdrinken ze zelf wel terwijl ze hun hond proberen te redden. En eigenlijk is een mensenleven toch meer waard dan een hondenleven.
Maar ja, het gaat niet om het leven van een gewone hond, het gaat om Jefta. En elke keer wanneer ze zich afvragen 'zouden we Jefta redden?', dan geven ze dus hetzelfde antwoord. Ja, we zouden hem proberen te redden. Zonder er bij na te denken, of het nou slim is of niet. Zoveel houden ze van hem.
Waarom ze zoveel van hem houden? Vaak is daar natuurlijk niks zinnigs over te zeggen. Mensen kunnen heel veel houden van afzichtelijke mormelhondjes die de hele dag liggen te slapen en nauwelijks hun eigen naam kunnen onthouden. Maar bij Jefta zijn er zoveel goede redenen om van hem te houden. Hij is niet alleen een beeldschoon knuffeldier, maar ook een volwaardig lid van het gezin dat altijd de gesprekken van zijn bazen volgt.
Hij kent tientallen woorden. Niet alleen zit, lig, af en zoek, maar ook buiten, mooi, schoenen, rol, even wachten, kippen, ei en boven. Hij jaagt op alle vogels in de tuin, maar niet op de zeven kippen - die kent hij elk afzonderlijk. Wanneer Anna's moeder een boodschappenlijstje afscheurt, gaat Jefta treurig in de gang liggen. Hij weet dat hij niet mee naar Albert Heijn mag. En wanneer er 's avonds spaghetti op tafel komt, kan hij bijna niet wachten op het einde van de maaltijd. Dan mag hij samen met Anna Lady en de Vagebond spelen en spaghettislierten naar binnen zuigen.
Over deze liefste hond van de wereld heeft Anna Red mijn hond! geschreven.